De grond van ware vrede

Bijgewerkt: 9 feb 2019

De verontrusting over een nieuwe 'koude oorlog' of erger toont aan dat wereldvrede nooit verworven is. De religies en meerbepaald de zachte kern, de mystieke dimensie ervan, kunnen en moeten een belangrijke bijdrage tot vredesopbouw leveren door te wijzen op de diepere eenheid tussen alle voor wrijving zorgende verschillen door.


In alle religies, in alle mystieke stromingen komt het motief voor dat het juist het verlangen van de Eenheid is om te verschijnen als een bonte waaier van vele manifestaties: het Ene - het Mysterie, het Zijn, God, hoe je het ook wil noemen - drukt zich uit als het vele en is de eenheid van dit vele.


De islamitische mysticus Ibn Arabi (dertiende eeuw) citeert heel vaak een overgeleverd woord van de Profeet waarin God spreekt:


'Ik was een verborgen Schat en Ik verlangde gekend te worden; daarom schiep Ik de wereld.'

De schepping is het resultaat van de Ene die (het Ene dat) zichzelf wil kennen in het vele. Ibn Arabi ontwerpt een metafysica van de barmhartigheid: God is barmhartig voor alle mogelijkheden door hen het bestaan te geven, zijn eigen Zijn; en de schepselen zijn barmhartig voor God doordat ze hun unieke gestalte willen geven aan het goddelijke Zijn. Ibn Arabi kan daarom dichten:


'Mijn hart is een schaal voor elke vorm geworden. Een klooster voor de monnik, een tempel voor idolen, een grasland voor gazellen, de Ka’ba van de pelgrims, de tafelen van de Torah, het boek van de Koran. Liefde is mijn geloof; het geeft niets welke weg haar kamelen ook volgen, de liefde blijft toch immer mijn godsdienst en geloof.'

Deze gedachte vindt men ook terug in het judaïsme, bv. bij de joodse chassidische mysticus Menachem Nahum van Tsjernobyl (achttiende eeuw):


'God verlangde dat er schepselen zouden zijn die zijn eigenschappen en werken zouden zien en zouden weten dat Hij de "Barmhartige", de "Genadige’"en de "Lankmoedige" is. Dit alles kon slechts waargenomen worden in een wereld waarin er schepselen zouden zijn. Daarom was het zijn wil zo een wereld te scheppen, opdat schepselen zijn grootheid zouden kunnen kennen.'

En bij de christelijke filosoof-mysticus Johannes Scotus Eriugena (negende eeuw):


'Hieruit volgt dat we God en het schepsel niet moeten begrijpen als twee verschillende dingen, maar als een en hetzelfde. Want het schepsel blijft in God, terwijl God op een wonderbaarlijke en onuitsprekelijke manier in het schepsel wordt geschapen en zich zo manifesteert: onzichtbaar maakt hij zich zichtbaar, onbegrijpelijk maakt hij zich begrijpelijk, verborgen maakt hij zich openbaar en onbekend maakt hij zich gekend.'

Maar ook bij de neo-hindoeïstische mysticus Sri Ramana Maharshi (twintigste eeuw):


'Hij die zijn denken aan U wijdt en bij het zien van de wereld deze voortdurend herkent als uw gestalte, en die U in alle omstandigheden verheerlijkt en U liefheeft, als zijnde niets anders dan het Zelf, deze is de meester die zijn weerga niet heeft.'

Of in de taoïstische Daodejing (uit ongeveer de derde eeuw v.C.):


'Zonder naam is Het de oorsprong van hemel en aarde, met een naam is het de moeder van alle dingen. Daarom: wie steeds zonder begeerte is ziet zijn geestelijk aspect, wie steeds begeerten heeft, ziet zijn uiterlijke verschijningsvorm.'

Zoveel convergentie kunnen we niet naast ons neerleggen. Het maatschappelijke individualisme moet niet genegeerd maar oneindig verdiept worden tot een 'mystiek individualisme': elk individu, elke identiteit is nodig in de symfonie van het goddelijke Leven!


Waarom strijden als we allemaal een unieke expressie van de ene Eenheid zijn?






Recente blogposts

Alles weergeven

Thomas Merton over interreligie en contemplatie

Leven met wijsheid Recent zagen we de verschijning van een uitstekende biografie van Thomas Merton, met als Nederlandse titel: Leven met wijsheid, letterlijke vertaling van Living with Wisdom. Merton

Leven van liefde. Over de Karmel

Véle jaren geleden, in 2003, schreef ik deze inleidende tekst over de Karmel... 1. Ontwikkeling van de spiritualiteit en het charisma van de Karmel 1.1. Een fenomenologische benadering van de Karmel: