De spiritualiteit van de Karmel: uittocht uit het narcisme

Bijgewerkt: 9 feb 2019

Jaren terug publiceerde de Nederlandse karmeliet Otger Steggink een studie over Johannes van het Kruis onder de titel: ‘Uittocht uit het narcisme’. Zo zouden we de essentie van de spiritualiteit van de Karmel kunnen verwoorden. Soms werd deze spiritualiteit onder de noemer gebracht van het ‘bidden en leren bidden’. Maar welke zin kan dit contemplatieve leven en het specifieke pastorale werk dat eruit voortvloeit anders hebben dan dat men bij God leert om uit het narcisme weg te gaan, volwassen liefde tegemoet?


De Karmel: ontstaan en inspiratie


De Karmelorde is ontstaan in het christelijke Palestina. Op de top van de berg Karmel aan de Middellandse zeekust vormden een aantal kluizenaars rond de twaalfde eeuwwisseling een spontane gemeenschap, wellicht onder de bezieling van een charismatische leider. Spoedig vroegen zij om juridische steun van de plaatselijke patriarch en kregen die in de vorm van een uiterst korte Regel. Het vuur aan de schenen gelegd door de oprukkende islam, verscheepten de broeders zich naar Europa. Daar werd de eremietengemeenschap een bedelorde die zich in steden vestigde en min of meer dezelfde pastorale arbeid als de andere bedelorden verrichtte, het ideaal van de eenzaamheid verinnerlijkend. Uit deze begintijd wordt meteen duidelijk wat de grote assen zijn van dit leven: eenzaamheid en gemeenschap, schouwen en werken. Een unieke vorm van ‘vita mixta’, waarbij de contemplatie toch het belangrijkste deel blijft. Vanaf het begin vonden de karmelieten hun diepste inspiratie in twee bijbelse figuren: de profeet Elia en Maria. Niet het brutale profetenoffer stimuleerde hen, maar het verblijf van de profeet in het dal van de Kerit, waar Jhwh op mysterieuze wijze zijn honger stilde en zijn dorst leste. Het Keritdal werd het beeld van de innerlijke eenzaamheid waarin de karmelieten getrokken wilden worden om er de voedende en verkwikkende godservaring te vinden, die alleen toch de honger en dorst van de mens stilt. Bij gelegenheid daalden de profeten van de Karmel van hun berg van beschouwing af om van hun innerlijke rijkdom mee te delen aan de mensen in de vlakte – aldus een kroniek uit die tijd. Kortom: contempleren en de contemplatie doorgeven. In Maria zagen zij dan weer de essentiële kenmerken van die eliaanse eenzaamheid weerspiegeld: stilte, ontvankelijkheid, beschikbaarheid, de grenzenloze openheid voor Gods Woord. De biddende Maria werd het model bij uitstek, een vroege auteur las de Karmelregel terug in het leven van Maria, en de karmelieten noemden zich graag ‘Lievevrouwebroeders’. In de late middeleeuwen werden de karmelieten vurige voorvechters van de onbevlekte ontvangenis: het niet terugplooien op zichzelf, de blik helemaal op God gericht en in God verslonden. Maria die helemaal humilitas is, vruchtbare humus voor Gods zelfgave.


Mystiek en liefde


Een traktaat dat een enorm impact zou hebben op de spiritualiteit van de Karmel, het Boek van de eerste monniken, definieert het Karmelideaal vanuit een dubbel doel: God een zuiver hart aanbieden en zijn aanwezigheid ervaren. In deze tekst, aldus de Nederlandse karmeliet Titus Brandsma, werd eens en voorgoed het mystieke ideaal in de Karmel gecementeerd. De eliaans-mariale eenzaamheid moet het hart uitbaggeren, zodat de stroom van Gods zelfmededeling erin kan binnenvloeien. Het doel van de Karmel is het zich voorbereiden op die ‘ervaringsmatige godskennis’. De Karmel gaat daarbij uit van de bijbelse erfenis: God is liefde, en wie liefheeft, ervaart God. Deze erfenis werd verder uitgediept en uitgepuurd in de mystieke geschriften van Teresa van Avila en Johannes van het Kruis. ‘Het komt er niet op aan veel te denken maar veel te beminnen in het gebed’, meende Teresa. Zij ziet de liefde niet sentimenteel: het is de werkzaamheid van Martha (Lc. 10)! Weliswaar in een context van eenzaamheid en stilte en van een hartelijke menselijke gemeenschap. Teresa schrijft mystieke traktaten. Daarin ziet zij de ontwikkeling van het gebed als een zich steeds verdiepen van de vriendschap met God. Voortgaan betekent voor haar naar binnen gaan, steeds voortschrijdende verinnerlijking naar de goddelijke aanwezigheid toe. Daar waar ik mezelf verinnerlijk tot stilte en eenzaamheid, daar reveleert zich een Gastheer, een liefde die mij te beminnen geeft. Daar waar ik mijn ik loslaat, vloeit een bron van levend water. Teresa bezingt hartstochtelijk de feestelijke ervaring van het opwellende goddelijke leven in het diepste van de mens. Men heeft haar een light on-mystica genoemd, iemand voor wie de mystieke zon altijd schijnt, oneerbiedig gezegd: iemand die vaak tegen het plafond hangt. Johannes van het Kruis heeft ook wel exuberante bladzijden, die een beetje werken als suiker, maar is toch een bezadigder type; hem heeft men een light off-mysticus genoemd. Het grondthema van Johannes is de donkere nacht. Onder deze metafoor brengt Johannes vooral de zelfontlediging ter sprake die de noodzakelijke tegenpool is van de zelfgave van God. Ook voor Johannes is God ‘een vlam van levende liefde’, maar juist deze liefde is een ontluisterende ervaring die de grondvesten van het menselijke leven doet schudden en wankelen. Johannes van het Kruis is een fijnzinnige psycholoog. Hij wijst erop hoe de biddende ervaring van God de vele lagen van het menselijke narcisme blootwoelt.


Gebed als narcistische zelfbespiegeling


Leven in de eenzaamheid, loutere ontvankelijkheid, gevoed worden door een stroom van liefde – het ideaal van de Karmel, maar ook thema’s waar psychoanalytici graag een woordje zouden over meespreken! Bidden is gevaarlijk. Veel mensen gaan bidden om de omgang met de medemens uit de weg te gaan. Deze vlucht naar de diepte is veilig en gesanctioneerd als heilig en voorbeeldig. In de stilte van het gebed maakt niemand het me moeilijk en maak ik het niemand moeilijk. God is een reusachtige spiegel waarin ik me kan weerkaatsen: zie hoe mooi ik ben. God zegt me: Ik hou van je, ik vind je mooi. Ik kan me inspireren aan grote mystici waar iedereen naar opkijkt. Iets van hen straalt op mij af. Ik ben aan het bidden. Ik ben contemplatief. In het gebed stroomt me diepe vertroosting toe. Als ik uit het gebed kom, ben ik anders: rustiger, vredevoller. Tijdens de gesprekken die ik voer met passanten, ben ik diep en teder. De mensen zijn dankbaar en kijken naar me op. Ik hoef hen maar te verzekeren dat alles niet onze verdienste is, dat ik heel zwak ben maar de genade me draagt, en ze gaan gesterkt heen. Ik mag me laten ‘vallen in Gods armen’. Ik ben geborgen en in God kan en heb ik alles… Dit is natuurlijk een karikatuur van het persoonlijke gebed – maar helaas vaak voorkomend. Deze narcistische zelfbespiegeling, zonder confrontatie met de ander, zonder conflict, leidt gauw tot een zielloos spiegelbestaan, tot de onderdrukking van al wat menselijk is, tot afgronden van agressiviteit en erotisch-affectief gedrag. Dit gebed is een zwavelpoel. Altijd weer stellen mystici vast dat het gebed van de vrome op zichzelf terugplooit en van godsdienst tot zelfbediening wordt. Telkens weer moeten figuren optreden om gebed en mystiek uit dit narcistische slop te halen, zoals een Meister Eckhart in de Middeleeuwen of een Dietrich Bonhoeffer dichter bij ons.


Gebed als wereldvlucht


De Australische psychoanalyticus Neville Symington schreef een boek, Emotion and Spirit, waarin hij aantoont hoe religie en spiritualiteit kunnen functioneren als een vlucht voor de emotionele clash die onvermijdelijk ontstaat waar twee mensen affectief met elkaar omgaan. Omdat liefde, inzet en emotionele verbondenheid zo verdraaid moeilijk en pijnlijk zijn, wenden veel mensen zich af van de tussenmenselijke liefde om zich op God te richten. Dat is heden ten dage een duidelijk zichtbaar fenomeen. Ten aanzien van de complexiteit van de actuele maatschappij vinden vele groeperingen het beter zich terug te trekken achter hun eigen vestingmuren. Sekten bewegen zich al lang op die weg. Het lijkt erop dat ook de grote gevestigde kerken en religies die weg willen opgaan: vluchten voor dialoog en conflict in de veilige geborgenheid van de eigen riten, praktijken en geloofsovertuigingen. Nog afgezien van het feit dat hierdoor Gods wereld harteloos aan zichzelf wordt overgelaten, leidt deze vlucht voor de alteriteit en de confrontatie tot een verstikkend onderonsje en tot innerlijke leegte. Deze institutionele wereldvlucht keert terug in de wereldvlucht van sommige ‘nieuwe bewegingen’, dikwijls van Franse origine, waar een affectieve spiritualiteit wordt gepromoot die ronduit gevaarlijk is. De Franse psychiater Bernard Dubois, herder van de Communauté des Béatitudes, werd recent publiek door meerdere Franse bisschoppen gedesavoueerd na schrijnende misstappen in de geestelijke begeleiding van gekwetste mensen. Zijn aanpak stoelt ondermeer op een foutieve, ja gekwetste interpretatie van de spiritualiteit van Thérèse van Lisieux, helaas nog niet uit de wereld geholpen. Nee, ‘Gods warme liefde’ geneest zomaar niet onze psychische kwetsuren! Deze dynamiek van de religieuze wereldvlucht uit zich tenslotte op het individuele vlak in een meermaals opgemerkt feit: roepingen tot het priesterschap en tot het religieuze leven en bekeringen tot het christendom en tot het persoonlijke gebed lijken meer dan eens neer te komen op het zoeken van bescherming en geborgenheid, bij God en in een groep. De Frans-Bulgaarse psychoanalytica Julia Kristeva omschrijft dit fenomeen als religieuze ‘overdrachtsliefde’: d.w.z. we proberen bij God als bij een grote, altijd beschikbare moeder te halen wat we bij onze fysieke moeder tekort zijn gekomen. Deze benadering van het gebed uitsluitend als bron van geborgenheid in ‘Gods warme liefde’ vinden we terug in meerdere vormen van pastoraal, ook binnen de actuele Karmel.


Donkere nacht als diagnose en therapie


Deze gekwetste beleving van (Karmel)spiritualiteit staat haaks op de intentie van de Karmelmystici. Het werk Donkere Nacht van Johannes van het Kruis is hier richtinggevend. Ja, bidden is gevaarlijk, maar op een heel andere manier dan hierboven geschetst. Het authentieke bidden woelt immers alle menselijke duisternis die in ons schuilt bloot en brengt haar ‘ongenadig’ aan het licht. Het echte contemplatieve gebed is een ingrijpende analyse van de ziel en haar duisternis. Iets daarvan wordt weerspiegeld in de beginhoofdstukken van de Donkere Nacht van Johannes van het Kruis. De Spaanse mysticus ontleedt er met ongelofelijke scherpte de menselijke duisternis, zoals die in het licht van het gebed ineens zichtbaar wordt. Elders gebruikt hij het beeld van het vuur dat het hout aangrijpt en er eerst het vieze vocht uitdrijft, tot het hout kreunt en weent, om het vervolgens geleidelijk aan helemaal in zichzelf om te vormen. Belangrijk is hier dat het contemplatieve gebed zélf deze loutering tot stand brengt. In het licht van de contemplatieve zelfkennis ziet de mens zichzelf zoals hij is in zijn naaktheid én wordt hij smartelijk losgemaakt van zichzelf en omgevormd in God: de contemplatie is diagnose en therapie tegelijk. Slechts langzaam aan wordt het contemplatieve gebed van een schroeiende ervaring van duisternis en pijnlijke zelfkennis tot een gloeiende ervaring van licht en warmte en gelukkig makende godskennis. Dit proces kan men ook in termen van narcisme en genezing van het narcisme vatten. De vrome christen is zich niet eens bewust van de narcistische aard van zijn geloofshouding en van zijn gebedsbeleving. Hij dénkt dat hij van God houdt, terwijl hij alleen maar zichzelf zoekt bij God, in de vorm van allerlei vormen van gratificatie. Het contemplatieve gebed brengt dit narcisme, deze ‘eigenliefde’, ongenadig aan het licht, en wat mooi leek onthult zich ineens voor onze eigen ogen als vies en gemeen. Deze onthulling tast het narcisme aan, breekt het narcistische zelfbeeld af. De mooie façade die de vrome zichzelf voorhield, stort in. Het is duidelijk dat deze menselijke ervaring zich ook buiten het gebed voltrekt, maar de Karmel wil precies de plek zijn waarin dit proces zich versneld kan voltrekken in het gebed. Het contemplatieve gebed is in de Karmel de plaats van de deemoed, van de innerlijke afbraak, zodat God het beeld van zijn Zoon in ons kan opbouwen. Helaas is het narcisme uiterst taai, ook ten opzichte van de genade – en daarom zij er zo weinig mystici en zoveel pseudo’s. Wie wil zich geheel laten ontwapenen en naakt staan? Teresa van Avila hamert daarom met klem op het belang van de zelfkennis en de nederigheid. Het narcisme is de grootste vijand van het contemplatieve bidden en daarom is het contemplatieve gebed de grootste vijand van het narcisme!


Antinarcistische elementen in de Karmelmystiek


De inkeerbeweging heeft veel om aan te lokken: alles wat je kwelt achterlaten en naar binnen gaan waar alleen liefde heerst. Thuiskomen in je diepste zelf. De lyriek van de Karmel blijft mensen aantrekken. De werkelijkheid van de inkeer is echter heel anders. Het diepere zelf waar de contemplatief op reis naar is, is tevens de onheimelijke alteriteit, de geheel andere die mijn ego onttroont. Onder het lieflijke beeld van het ‘geestelijke huwelijk’ schuilt de éénwording met de anti-Narcissus bij uitstek die Jezus van Nazareth is. De term ‘antinarcisme’ stamt uit de hedendaagse psychoanalyse en is door de Nederlands-Amerikaanse psycholoog Paul Pruyser overgenomen in de godsdienstpsychologie. Worden mensen tot de Karmel aangetrokken op grond van woorden en beelden die narcistisch veelbelovend zijn, in feite worden ze van binnenuit gecorrigeerd door tal van anti-narcistische elementen in de karmelitaanse mystiek aanwezig. Aangetrokken door interioriteit, als door honing, komt men erop af – om dan heel langzaam aan te gaan inzien dat de interioriteit meer te maken heeft met het delen in de gezindheid van Christus dan met zalig samenzijn met en ópgaan in de ander. De Amerikaanse psychoanalytici Heinz Kohut en Otto Kernberg waren bij hun leven in een verhitte discussie met elkaar verwikkeld: wat geneest het narcisme? De confrontatie met de agressie die schuilt in de claim en het loslaten ervan (Kernberg) of de therapeutische ondersteuning van het narcisme (Kohut)? De twee: God omhelst genereus en velt in één beweging, hij lokt ons geduldig binnen in de zelfontlediging! Helaas is het ook mogelijk en courant om de anti-narcistische elementen naast zich neer te leggen. ‘Ik laat het maar zijn, maar het is niet goed,’ zou Meister Eckhart zeggen.


Karmel en ‘zorg om de ziel’


Zo wordt stilaan duidelijk wat de plaats van de Karmel in de pastorale zorg kan zijn. Met haar gebedsspiritualiteit en mystieke ideaal opent de Karmel afgronden van menselijk verlangen in het hart. De godzoeker loopt enorm het gevaar zichzelf te zoeken, omdat God zijn beleving van de relatie niet terugkaatst. Het stille gebed kan een duister spiegelgebeuren zijn. Heinz Kohut bevestigde dat de hedendaagse basispathologie niet langer de neurose is – het worstelen met schuld –, maar het narcisme – het worstelen met het eigen zelfbeeld. Dit weerspiegelt zich in de kerk en in de fascinatie die bv. de Karmelspiritualiteit en met name Thérèse van Lisieux uitoefent in sommige groeperingen. In een harde, moeilijke en koude wereld gaat men de intimiteit binnenin zoeken is, waar ze makkelijk te vinden is: imaginair. Men zoekt (on)bewust affectieve spiritualiteiten op, bruidsmystiek, zoals de Karmel. In feite is de Karmel een onderdompeling in het anti-narcistische element: de binnenin Aanwezige is geen reusachtige moeder, een oceaan van troost, maar Jezus van Nazareth, van zichzelf onthecht en dienstbaar. In het ‘centrum van de ziel’, in het ‘binnenste verblijf’ woont de ander. Mystiek is sterven aan het ego opdat God-binnenin het stuur mag overnemen. Door de verspreiding van haar mystieke literatuur en in persoonlijke geestelijke begeleiding moet de Karmel het ongenadige en geduldige proces bijstaan van ontmaskering en ontmanteling van het narcisme. De inkeermystiek van de Karmel vormt een kritisch correctief in de hedendaagse kerk en maatschappij.






Recente blogposts

Alles weergeven

Thomas Merton over interreligie en contemplatie

Leven met wijsheid Recent zagen we de verschijning van een uitstekende biografie van Thomas Merton, met als Nederlandse titel: Leven met wijsheid, letterlijke vertaling van Living with Wisdom. Merton

Leven van liefde. Over de Karmel

Véle jaren geleden, in 2003, schreef ik deze inleidende tekst over de Karmel... 1. Ontwikkeling van de spiritualiteit en het charisma van de Karmel 1.1. Een fenomenologische benadering van de Karmel: