Gebrokenheid


‘We were broken then but now we’re borderline’: het is de laatste zin van het laatste nummer uit het (voorlopig) laatste album van de overleden Canadese zanger-poëet Leonard Cohen. Ik heb me al meermaals afgevraagd wat deze zin zou kunnen betekenen. Uitleg gaf hij nooit, een kunstenaar toont enkel, en laat de toeschouwer of luisteraar zelf naar de betekenis zoeken. Maar wie een beetje vertrouwd is met Cohen zal in deze zin meteen een hoofdthema uit zijn hele oeuvre herkennen.


Hokjes-vakjes

Cohen lijkt hier, zoals vaak, de moderne maatschappij aan te klagen. En een tijd waarin zelfs de menselijke ziel het sorteercentrum moet passeren. Psychiaters en psychologen (godzijdank dat zij er zijn, redders van menig mens in nood!) die zwaaien met de DSM V, om alle zielenleed een naam te kunnen geven. Benoemen is immers de eerste stap naar een remedie. En toch, als alle etikettering en labelen ophoudt, en we heel diep durven snijden, als met een mes onder alle fysieke, psychologische en sociale lagen heen, tot diep in het hart, dan zien we eigenlijk dat ieder mens daar dezelfde universele conditie deelt: we zijn allemaal gebroken.


De oerramp

Verschillende mystieke tradities hebben deze fundamentele gebrokenheid weten te verwoorden. Zo is er in de Luriaanse Kabbala (een beweging binnen de Joodse mystiek) de scheppingsmythe die de Genesis als een kosmische ramp beschrijft: de vaten met goddelijk licht braken waardoor de goddelijke vonken tussen de slechte brokstukken terechtkwamen… en toen Adam de verboden vrucht boven het goddelijk gebod verkoos, toen brak ook zijn ziel. Sindsdien is de mens op zoek naar herstel: van de gebroken kosmos én van zijn eigen gebroken ziel.


Vallen

Elke dag ondervinden we dat we falen en vallen. De mens is immers niet alleen fysiek onderhevig aan de wet van de zwaartekracht, maar we lijken ook geestelijk geprogrammeerd om te vallen. Hoe komt dat toch? We doen zo goed ons best om het goede te doen, lief te hebben, goed te zijn. Hoe goed we ook proberen, we beseffen dat het niet lukt, en hoe meer we ons best doen, hoe meer we lijken te falen. Kleinmenselijkheid staat ons in de weg voor de naastenliefde, man en vrouw lijken elkaar steeds weer te verliezen, op mondiaal vlak is rechtvaardigheid ver te zoeken en de natuur kreunt onder onze roekeloosheid. En ‘waar kan ik je vinden, God’?

Wellicht is het voor de mens het allermoeilijkste om ons falen in de liefde te aanvaarden. ‘Heb elkander lief’. Ook al weten we ons klein en zwak, we willen op zijn minst groot zijn in dit eerste gebod. En toch, ook hier worden we bijna dagelijks geconfronteerd met ons niet-kunnen. De liefde lijkt een onmogelijk verlangen (Dirk DeWachter), de geliefde blijft een vreemde en samenzijn is heel vaak samen-alleen-zijn. De liefde doet ons onze kwetsbaarheid beseffen, we zijn als de gast bij de ander, het vuur van de liefde kan ons verbranden, we worden ver-niet-igd.


Overleven

Maar al is het nieuws niet fijn, we weten er mee om te gaan en vullen wel de gaatjes: overconsumptie, oppervlakkige verstrooiing of light-spiritualiteit. En als ik niet kijk heb ik het niet gezien, als ik niet voel heb ik het niet gevoeld… (dus ik kijk en voel niet)… (naar Bram Vermeulen)


Het moet gezegd, er zijn grote existentialistische denkers opgestaan die de tristesse van het menselijk bestaan hebben beschreven. Maar ze waarschuwden evenwel dat de mens zichzelf niet mag bedriegen door naar een transcendente zin te zoeken voor de doortocht in dit tranendal, en maar beter gewoon verder doet aan zijn sisyfusarbeid. Er zijn de hedendaagse troubadours ook hier in Vlaanderen die een spiegel voorhouden, over helaasheid die soms zeer doet en een wereld nog net niet helemaal naar de filistijnen.


Léven

Cohen gaat verder en dieper. Hij haalt zijn kracht bij zijn joodse (mystieke) wortels. Het radicale nee dat hij uitschreeuwt tegen alle goedkope en oppervlakkige troost (in de vorm van illusies en vertier) houdt evenwel een grote hoop in. Laten we in de duisternis springen, laten we de dingen zien zoals ze zijn (al is dat een lange weg die niet van vandaag op morgen gaat), dàn precies zullen we de schoonheid en het licht hier en nu zien, we moeten niet op een mirakel wachten. De goddelijke vonken dwarrelen hier en nu rondom ons, het goddelijke licht leeft ook in ons hart. Wanhoop wordt getransformeerd tot hoop die van binnenuit oprijst.


‘Andere krachten rijzen op’ wanneer je het lijden maar weet te omarmen, schreef de (eveneens Joodse) Etty Hillesum. Het is een keuze om niet meer te vechten tegen de duisternis maar haar lief te hebben, haar deel te laten zijn van het levenslange proces van jezelf loslaten.


We kunnen de vonkjes van licht (de genade die we in ons leven ondervinden, de kleine momenten van innerlijke vrede en misschien het besef van een knipoog van God gedurende de dag) verzamelen, we zien ze in de wereld en we vinden ze in ons hart. Maar we mogen onze energie tegelijk niet verliezen aan het wegduwen van de brokstukken van de gebroken vaten.


Als het woord vlees wordt

Voor ons christenen is de kwetsbaarheid van de menselijke conditie door God aangenomen toen Jezus één van ons werd. Zijn lichaam werd gebroken, Hij voelde zich verlaten aan het kruis. De mens kan Hem maar begrijpen als hijzelf verdrinkt. Jezus bracht ons het voorbeeld om het kruis in ons leven niet uit de weg te gaan. Dat verrijzenis, of het ware leven pas kan als we de scherven als bouwstenen leren zien.


Het is volbracht sprak Hij. Zou dit niet als een boodschap van hoop voor ons kunnen zijn: het is OK. God heeft ons het eerst bemind. Zelfs onze liefde hoeft niet volmaakt te zijn, ze is immers geleende Liefde, God die liefheeft doorheen ons. We moeten ons niet langer laten verlammen door ons gevoel van onvolmaaktheid. Liefde kiest ons, Liefde raakt ons. We zijn slechts werktuigen van die ene Liefde! Ons lied mag dan misschien een koud en een gebroken halleluja zijn, God verzekert ons: we hebben genoeg liefgehad, Hij wil nu de minnaar zijn.


Auteur: Greta Schacht

Recente blogposts

Alles weergeven

Woestijn

Belangrijke metafoor voor in de spiritualiteit. De eerste karmelieten* op de berg Karmel* inspireerden zich aan de woestijnvaders, dit waren christenen, mannen en vrouwen ('woestijnmoeders' dan), die

Weg

In alle spirituele* en mystieke* tradities speelt de metafoor van de weg een grote rol: de eenwording* met en omvorming* van de mens in het Ultieme* is een gradueel en langzaam proces, een weg die moe

Vrede

Vrede is het allerkostbaarste goed. Zonder vrede kan al de rest niet. Het streefdoel van elke (spirituele) mens en van de mysticus* is de vrede: spirituele vrede in het allerdiepste centrum* — vrede m