Kracht in zwakheid (13e zondag, jaar B)

Bijgewerkt: 9 feb 2019

Graag had ik met u stil gestaan bij de tweede lezing van vandaag. De tekst van Paulus over kracht in zwakheid is een heel belangrijke tekst waarvan de kerk maar langzaam aan de implicaties heeft ontdekt.


Twintigste-eeuwse spirituele figuren zoals Thomas Merton, André Louf en Anselm Grün hebben steeds scherper begrepen en geformuleerd wat heiligen zoals Augustinus, Luther of Thérèse van Lisieux ook reeds beleefden: de zogenaamde ‘spiritualiteit van beneden’. Spiritualiteit van boven gaat uit van idealen waar de mens kost wat kost moet aan beantwoorden; spiritualiteit van beneden gaat uit van de menselijke gekwetstheid en hoe God zelf die langzaamaan niet vernietigt maar teder transfigureert.


Het is zoals met de gedaanteverandering van Jezus: in zijn menselijkheid straalt het licht van God. Het is in onze broosheid en zelfs in onze kwetsuren dat de liefde van God zich manifesteert. Wij mogen zijn zoals we zijn en met die geaardheid op weg gaan naar God, onszelf onder Gods blik plaatsen en ons bemind weten, en vertrouwen dat God ons langzaam aan gelukkig maakt en in staat stelt lief te hebben met onze gebreken, niet ondanks onze gebreken maar met onze gebreken.


Dat is wat Paulus in deze lezing zegt. Hij heeft veel talenten en zou er verwaand kunnen van worden, maar hij heeft ook heel veel tegenstand die hem altijd weer op zijn plaats zet. En meer nog: er is - zo zegt hij vandaag - een ‘doorn in zijn vlees’ gestoken die hem altijd weer kleineert en nederig maakt, bewust van zijn armoede en afhankelijkheid van God. Was dat een fysieke handicap die hem telkens opnieuw met zichzelf confronteerde, of een psychisch gebrek, of een moreel gebrek? Wij weten het niet en het is niet belangrijk; wat telt is dat iets in hem hem steeds weer in eigen ogen en misschien ook in de ogen van anderen afbrak tot een ruïne. Hij mocht de genade hiervan inzien en zijn ervaring hiermee aan ons doorgeven.


Wij denken soms dat wij dergelijke en dermate gebreken en zwakke kanten hebben dat wij niet kunnen rekenen op Gods liefde of de liefde van mensen, dat wij geen waardige of bruikbare christenen zijn, niet geschikt om iets te doen voor kerk en wereld. Niets is minder waar. Talenten maken vaak hard en ongenaakbaar. Zwakheden en gebreken maken ons murw en klein, nederig en zachtmoedig. Privé of publieke lelijke kantjes aan onze persoonlijkheid of pijnlijke mislukkingen doen ons begrijpen dat we van Gods genade afhankelijk zijn en allemaal samen in de boot van de onvolmaaktheid zitten. Zo pas gaan we begrijpen dat de liefde die we ontvangen geen verdienste is maar pure genade, onverdiende schoonheid, des te mooier en gelukkig makend. Zo gaan we des te meer begrip en compassie hebben voor elkaar, vanuit het diepe bewustzijn van eigen onvolmaaktheid.


De islamitische mysticus Rumi spreekt van de ruïne. Er ligt een kostbare schat in een huis begraven, maar het is maar als het huis tot ruïne vervalt dat de kostbare schat naar boven komt. Daarom is de ruïnering van het huis nodig en zelfs het cruciale moment waarop het geluk kan volgen.


Wij dragen, in de woorden van Paulus dan, echt ‘een kostbare schat in aarden vaten’. Die aarden vaten, dat zijn onze persoonlijkheden met zwakheden en onmacht behept, tot we niets meer zijn in eigen ogen of in die van anderen. Maar in die broze vaten dragen we het bewustzijn mee van Gods onverdiende liefde en van het één zijn met elkaar in lief en leed. Zo komen we bij de profeten van het eerste verbond die zich zeer bewust waren van hun kleinmenselijkheid, en toch geroepen werden door God om aan zijn heiligheid gestalte te geven. Zo komen we ook bij Jezus, die in zijn nochtans gave menselijkheid ook niet werd herkend en erkend als Gods gezalfde.


Er is geen ondergrens aan dit bewustzijn van eigen kleinheid: het kan zo diep gaan dat we ons verpletterd voelen. Maar er is dan ook geen grens aan de liefde die God voor ons heeft en die Jezus ons openbaarde. Hoe dieper wij zitten hoe dieper de liefde van God tot ons afdaalt. Als wij onszelf soms een vat van miserie voelen, dan is God een oceaan van liefde. Als wij ons niet durven openen voor die liefde omdat het schuldbewust ons te sterk is, dan kunnen we alleen hopen dat mensen op onze weg komen die erin slagen het evangelie van Gods gratuite liefde te vertellen tot het in ons doordringt.


Daarom juist moeten we ook openstaan voor anderen, voor kleine medemensen zoals wij, als dragers van iets dat veel groter is dan hen. Zo moeilijk als we het hebben om onszelf te aanvaarden, zo moeilijk hebben we het ook om elkaar te aanvaarden. Maar ook elke mens die voor mij treedt is zo’n kostbare schat in een aarden vat. We mogen ons niet blind staren of het feit dat we hem of haar al zo lang en zo goed kennen met al zijn of haar gebreken, en op grond van die menselijkheid, die al-te-menselijkheid ons afsluiten voor de woorden van wijsheid en verwijzing naar God die zij of hij spreekt. Ook de zondige of zwakke of beperkte mens die vòòr ons staat kan een ‘kleine profeet zijn van Gods grote liefde’.


Ook in onze ogen moet de ander niet gaaf zijn om geloofwaardig te zijn. Ook voor ons moge een grote spirituele rijkdom spreken uit een onmondig kind of ernstig gehandicapte persoon of notoir zondaar. Misschien nog moeilijker is om in elkaar, onze onmiddellijke buren, naasten, partners waar we mee samenleven zo’n kostbare schat te erkennen, zo’n profeet van God.


Moge Jezus’ diepe nederigheid, in elke eucharistie opnieuw ontvangen, ons laten geloven dat wijzelf een kostbare schat in ons dragen en elke mens waar we mee samenleven eveneens.




Recente blogposts

Alles weergeven

Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel

In elke cultuur vinden we oerbeelden, dat zijn symbolen waarmee mensen hun leven organiseren. Zo hebben we de bron, het kruis, de oude wijze, het kind, en nog vele andere. In het christendom zijn hist

Homilie 13e zondag door het jaar (C)

In de lezingen van vandaag roept Jezus ons tot radicale navolging. In de christelijke traditie werd er een onderscheid gemaakt tussen de gewone christenen en de religieuzen. Van deze tweede groep werd

Zesde zondag in de Paastijd

De eerste lezing van vandaag illustreert wat Jezus in het evangelie van vandaag zegt. De eerste christengemeenschap luistert naar de Heilige Geest en dringt zodoende door in de boodschap van Jezus, de