De weg naar het leven (7e paaszondag, jaar B)

Bijgewerkt: 9 feb 2019

Het Johannesevangelie moet vanuit een centraal perspectief gelezen en begrepen worden, het perspectief van het leven. Soms noemt het evangelie dit het ‘eeuwige leven’, maar vaak het ‘leven' tout court. God heeft zijn Zoon gegeven opdat wij zouden leven, zegt het. Het hele evangelie is neergepend opdat wij het leven zouden hebben, zegt het ook nog. Denken we aan de uitspraak van Jezus: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’. Dat moeten we zo verstaan dat Jezus omdat hij de waarheid is de weg is naar het leven. De waarheid is in dit evangelie synoniem voor de openbaring die Jezus komt brengt en die ten diepste zijn eigen persoon is, nl. dat God de wereld liefheeft en als een vader voor haar wil zijn, en dat zij als een zoon of dochter voor hem of haar mag zijn, zoals Jezus dat ten volle is. God zelf is een mysterie, maar hoe hij of zij voor ons wil zijn, heeft Jezus ons volledig geopenbaard: hij of zij wil voor ons een vader-moeder zijn.


In het evangelie van vandaag worden daarvoor drie voorwaarden genoemd: de waarheid, de Geest en de toewijding. Om te beginnen de waarheid, de openbaring van Jezus dus, Jezus als persoon en Jezus als evangelie, verhaald in vier evangelies. Wij christenen mogen en moeten leven vanuit de vier evangelies: zij zijn voor ons de absolute waarheid die ons leven gidst van dood naar leven, van inauthentiek naar authentiek of ‘eeuwig’ leven. De evangelies geven ons niet de wetenschappelijke waarheid over de kosmos of over de geschiedenis, maar wel de waarheid over de weg naar het heil, en dat is leven zoals Jezus, delen in Jezus’ diepste identiteit, nl. leven zonder ik, zelfloos leven, in het diepste van ons hart een open ruimte hebben van beschikbaarheid voor anderen. Het diepste van ons zijn is leegte, in de zin van openheid, vrijheid, pure relatie, eenheid van allen en alles. Die openheid is in elk van ons dezelfde goddelijke openheid, maar ze is gekleurd door onze persoonlijkheid die er als een omheining omheen ligt. Wij zijn allemaal in het diepste van ons zijn relatie, betrokkenheid op anderen, zoals God dat is, zoals Jezus dat was. Maar het ligt bedolven onder zelfzucht, angst en onwetendheid. Daarom is Jezus als openbaring tot ons gekomen, om de waarheid over ons diepste zijn te openbaren, dat wij in feite allemaal zonen en dochters van de Vader zijn, d.w.z. geboren uit God.


Daar is een tweede voorwaarde voor nodig, en dat is de Geest. Hoezeer Jezus ook de volheid van de openbaring en de waarheid is, uit onszelf kunnen wij nooit bij hem geraken, als hijzelf ons niet komt halen waar wij staan. Zijn wij niet pure onmacht, en zelfs verregaande onwil? Maar een speldbreedte van openheid en verlangen is voldoende, opdat de Geest in ons zou kunnen doordringen en zachtjes onze vrijheid openen tot steeds meer vrijheid, tot een ja aan God, aan de liefde, van ganser harte. Er is een subtiele wisselwerking nodig tussen onze inspanningen en de genade van God, de heilige Geest. Het is God zelf die het grootste werk in ons wil doen, als wij ons een kleine beetje aan hem overgeven. De evangelies, de Schrift is niet genoeg: wij hebben de heilige Geest nodig om haar te lezen en begrijpen en dan ook te kunnen doen wat zij ons vraagt. De heilige Geest is de minst genoemde van God, maar dat is omdat hij eerder in ons zit dan buiten ons staat: hij zit in ons om ons te bezielen te worden zoals Jezus.


En daar is de derde voorwaarde waarover het evangelie van vandaag spreekt mee verbonden: wij moeten ons toewijden, ons laten toewijden, door de Geest aan de waarheid. Er is geen christen zijn, geen navolging van Jezus mogelijk, zonder dat wij ons allemaal op een of andere wijze toewijden aan God, aan Jezus, aan het Evangelie. Toewijding is een expliciete wil om christen te zijn en de christelijke keuzes op te zoeken en na te leven, vanuit een doorleefde godsrelatie. Die godsrelatie, dat bewust leven met God, dat is vaak onderontwikkeld in ons leven. Misschien omdat voorbije generaties priesters en religieuzen ons hebben gezegd dat we ons in een hoekje met een boekje moesten terugtrekken om ons toe te wijden aan God - waarbij we dan concludeerden dat toewijding aan God neerkomt op afwending van de wereld. Sommige uitspraken uit de Schrift, en zelfs het Johannesevangelie, lijken zo’n soort dualisme tussen de wereld en God aan te moedigen, maar dat is verkeerd begrepen. Wij wijden ons aan God toe door ons aan mensen toe te wijden en door dat heel bewust te doen, door in de mens God te dienen en in God de mens. Wij wijden ons aan God toe door onze wil te openen zodat hij of zij kan komen willen en handelen in ons. Gebed en stilte en afzondering hebben als enige functie nog beter naar de wereld te kunnen gaan en in de wereld aanwezig te kunnen zijn. Het gebed is geen vlucht in een veilige wereldje, maar een luisteren naar de wereld vanuit het evangelie, vanuit de persoon en de geest van Jezus.


Want God zelf is uiteindelijk geen ding boven de wereld, maar de diepste en mooiste kern van de wereld zelf, de bron die in alle rivieren en oceanen vloeit, de schepper in alle schepselen, de vader in al zijn zonen en dochters. God is het leven, en wij willen dat leven tot bloei helpen brengen in de mensen om ons heen, door het evangelie, door de Geest, en door onszelf aan God te geven.





Recente blogposts

Alles weergeven

Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel

In elke cultuur vinden we oerbeelden, dat zijn symbolen waarmee mensen hun leven organiseren. Zo hebben we de bron, het kruis, de oude wijze, het kind, en nog vele andere. In het christendom zijn hist

Homilie 13e zondag door het jaar (C)

In de lezingen van vandaag roept Jezus ons tot radicale navolging. In de christelijke traditie werd er een onderscheid gemaakt tussen de gewone christenen en de religieuzen. Van deze tweede groep werd

Zesde zondag in de Paastijd

De eerste lezing van vandaag illustreert wat Jezus in het evangelie van vandaag zegt. De eerste christengemeenschap luistert naar de Heilige Geest en dringt zodoende door in de boodschap van Jezus, de