Inkeer, contemplatie, mystiek

Bijgewerkt: 9 feb 2019

We vinden een gave omschrijving van mystiek in Paulus’ woorden: ‘Ik leef niet meer, Christus is het die leeft in mij’. Inkeer is naar het eigen hart gaan, contemplatie is het hart vrij en leeg maken voor God, en mystiek is als men helemaal opgegaan is in die leegte, als men niet meer vanuit zichzelf leeft maar vanuit God.


De grootste rem op dit proces is dat we er bang voor zijn. We zijn bang om de voldoeningen rondom ons los te laten en in te keren in een stilte waar niets meer overblijft. Maar dat is een denkfout: het even loslaten van de dingen en woorden is enkel maar om op zoek te gaan naar wat diep in hen schuilgaat. We hoeven enkel maar even de woorden en ervaringen los te laten om ze opnieuw te vinden als dragers van een dieper mysterie. Bidden is enkel even de voorgrond loslaten om de achtergrond gewaar te worden en daarna voorgrond en achtergrond in hun eenheid te zien. Gelovig is die mens die vertrouwt dat er een diepere volheid schuilgaat in al wat vergankelijk is, of die mens nu een religie aanhangt of niet. Niet bang zijn, dus, zoals Jezus telkens weer herhaalde.


Contemplatief leven is vakantie, vakantie voor God, vacare Deo. Dingen kunnen ons zo gemakkelijk bezetten, of nee: niet de dingen bezetten ons, maar onze koortsachtigheid, onze krampachtigheid, onze hebzucht bezet ons. Niets zal ons daarvan bevrijden, tenzij de liefdevolle wil om onze ikkigheid te proberen los te laten, de groeiende ervaring van het zien van de dingen in hun goddelijke schoonheid, en de genade van God zelf. Langzaam aan gaat de stilte voor ons zo vol worden, gaat de leegte voor ons ruimte en openheid worden. De woorden en begrippen maken plaats voor een stille aandacht voor wat zich voor ons bevindt. We kunnen steeds beter de dingen afpellen tot we op hun diepste zoete kern komen, we stoffen ze af en zien hoezeer ze beginnen te schitteren. In onze lege aandacht kunnen de dingen gaan verschijnen aan ons zoals ze echt zijn, in hun schepselijke grootheid en transparantie. Ons hart wordt ruimer en kan steeds meer dingen onthalen en bevrijden; onze aandacht leert steeds sneller het wezen van de dingen en het bestaan te vatten en te waarderen. Daarom is contemplatief leven een proces van bevrijding; wij maken ons vrij voor de dingen en de dingen maken ons steeds meer vrij.


Zo komen we uiteindelijk bij de mystieke ervaring. Deze is helemaal niets speciaals, ze is de vervulling van het menszijn en ligt dus in het bereik van iedereen. Helaas zullen zeer weinig mensen zich restloos openen voor het leven zoals het is en het met totale liefde aanvaarden en zien in zijn schoonheid, zijn waarheid, zijn goedheid. Voor christenen is niemand zozeer open gekomen voor God en voor de wereld als Jezus, en daarom is hij voor ons de waarheid, de weg en het leven. Hij leert ons de binnenkamer van ons hart binnengaan, de stilte in de woorden te proeven en de Schepper te zien in alle schepselen of de Vader in alle kinderen. Hij gaat ons voor in de leegte die openheid is, de liefde die ruimte maakt in zichzelf voor de Andere en de anderen.


Er is niets dan de goddelijke Liefde die zich wou uitdrukken in prachtige schepselen. Ook daar waar zonde en kwaad ons doet lijden, blijft de goddelijke Liefde smeulen, als een uitnodiging en een oproep. Het is dichtbij, maar wij zijn veraf. Wij doden het in elkaar en in onszelf, maar het blijft heropstaan. Mystiek is de ervaring dat wij slechts de ruïne zijn waaronder een kostbare schat verborgen ligt en aan de oppervlakte komt. Mystiek is de leegte leren proeven als de vrijheid om ter beschikking te staan voor de mens en voor de liefde. De mystieke ervaring is de ervaring van de menselijke vrijheid: eindelijk vrij om zo ruim te zijn als de wereld en iedereen te onthalen; eindelijk vrij om naar buiten te kijken en de heelheid van de wereld te zien; eindelijk vrij om in dienst te treden van vrouwe Liefde - of heer Liefde - en het rijk Gods gestalte te geven op aarde. Eindelijk vrij om lief te hebben. Zo mogen wij ons weten: bewoond en bezield door de Liefde, een beekje waardoor de Bron stroomt, een zonnestraal, of een juweel in een netwerk van juwelen, het Licht en elke andere juweel weerkaatsend - om het prachtige beeld van de Lotus-soetra te gebruiken...