Kana (zondag van het feest van Openbaring, jaar C)


De lezingen van deze zondag zijn heerlijk, omdat ze ons aanspreken in ons diepste verlangen naar liefde en verbondenheid. Onze basisbehoefte is wel betekenisvol te mogen zijn voor iemand. Niet alle mensen hebben het geluk veel te kunnen betekenen voor een groep mensen of zelfs maar voor één enkele medemens. Wat een woestijn. Maar dat is de zichtbare uitwisseling van onze uiterlijke persoonlijkheden. Diep onder het dorre zand van onze isolementen en onvermogens schuilt het water van een onzichtbare liefde, die onze arme persoonlijkheden drenkt en voedt. De schrale boompjes van onze lichamen en zielen wortelen in een diep, diep water. Of neen, in wijn.


Vandaag treedt in die mengelmoes van dorre en arme genodigden een jonge man op die als een magneet mensen aantrekt, bijna meer dan de pracht van het jonge huwelijkspaar. In een vergadering van mensen die sinds mensenheugenis zoeken naar regeltjes en waarheidjes om het zootje van het leven samen te houden, eigen naaktheid te bedekken en eigen armoede te vullen door andermans rijkdom te verorberen, treedt een stralende mens op die wijn serveert. Er is iets met de wijn die Jezus van Nazareth serveert.


De wijn die wij elkaar opdienen is een wijn die benevelt, die even een genotvolle roes schenkt, maar ons onmiddellijk daarna een ‘kleine dood’ bezorgt, ontgoocheling, de verbittering van de desillusie. Wij beloven elkaar de hemel maar het wordt vaak een vagevuur. Wij bedoelen het goede voor elkaar maar schieten tragisch tekort. Het beste van de samenleving — religie en spiritualiteit — wordt vaak het ergste, een trukendoos om mensen zichzelf beter te laten wanen of om de wereld en haar leed te vluchten in kunstmatige paradijzen. Het zgn. feest dat maatschappijen en religies aanreiken is vaak een manier om elkaar te overtroeven, te controleren en te verdoven. De wijn die wij verkopen smaakt vaak slechter dan water, het is de wijn van de onvrijheid.

Hoe anders is Jezus van Nazareth. Van het water van onze armoede maakt hij door zijn liefde de wijn van de vrijheid en de vreugde. Hij sluit ons niet op in doodse tempels, maar vervult ons van de verrukking van bemind te zijn en vrij te worden door en in die liefde. Hij zegt ons niet wat moet, maar wat mag. Vandaag moet ik bij jou te gast zijn, want ook jij bent een kind van God! Hij vraagt of hij een vriend mag zijn voor ons, een broer, een vader, een geliefde. Omdat hij ons zo kostbaar mooi vindt. Hij ziet de diepte in de oppervlakte, God in de mens.


Jezus keurt niet af en controleert niet, maar vrij van zichzelf en vrij voor ons komt hij naar ons toe en biedt hij ons de wijn van zijn liefde aan. Jezus de Wijnschenker. Hij staat ons toe ons gebedsmatje rood te verven met de wijn van de liefde (Hafiz), en houdt zich graag op in cafés, in gewone mensen. Geen doctrine, geen moraal, geen riten — tenzij het denken, handelen en gestalte geven aan een steeds nieuwe, blije en ongebonden liefde. Hij komt bij elk van ons zijn in onze geheime eenzaamheid en pijn, in onze verborgen schoonheid en rijkdom, en giet in de kelken van onze harten de wijn van zijn bevrijdende liefde. Bemin — en doe dan wat je wil! (Augustinus)

Deze Wijnschenker staat niet enkel buiten ons, hij leeft diep in ons, in elk van ons, christen zowel als moslim of boeddhist, gelovige zowel als vrijzinnige. Ongelovig is slechts diégene die de liefde niet aanwezig ziet in de schepping, en haar uitnodiging afslaat, om verkrampt in eigen hel te blijven zitten. Het is heel belangrijk om te weten dat de Bron diep in ons schuilt, niet ver van ons verwijderd is, onbereikbaar. Als wij een ruïne lijken, dan zien wij niet scherp genoeg, dan zien wij niet dat Gods liefde dieper in ons schuilt dan wijzelf zijn. Jezus staat daar, in het midden van het Kana van onze bonte samenleving. De liefde van God stroomt ondergronds door onze gedachten en gevoelens, door ons doen en laten. Onze harten zijn kelken voor en van de liefde. Maar wij weten het niet, wij wenden wanhopig de blik af op zoek naar water en naar wijn voor onze diepste dorst.


Laten wij halt houden en in de diepte van ons hart kijken en elkaar in de ogen kijken en dan belijden en uitroepen: ‘Liefde! Hier ben jij, ik wist niet dat jij het was. Jezus!, mooie wijnschenker, dank dat je hier bent!’ Horen we wat God ons zegt in de mond van de islamitische mysticus Ibn Arabi: Liefste, zovele malen heb Ik Mezelf aan jou getoond, en je hebt Mij niet gezien! Zovele malen heb Ik Mezelf gemaakt tot zoete uitwasemingen, en je hebt Mij niet geroken, smakelijke spijzen en je hebt Mij niet geproefd? Waarom kun je Mij niet bereiken doorheen de dingen die je aanraakt? Of Mij inademen doorheen de zoete geuren? Waarom zie je Mij niet? Waarom hoor je Mij niet? Waarom? Waarom? Mijn verrukkingen overtreffen voor jou alle andere verrukkingen, en het genieten dat Ik je schenk laat alle andere genietingen ver achter zich. Ik ben voor jou ver te verkiezen boven al wat goed is. Ik ben de Schoonheid, Ik ben de Genade, liefste, hou van Mij, hou van Mij alleen, hou van Mij met liefde. Niemand is je zo nabij als Ik ben.

Recente blogposts

Alles weergeven

Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel

In elke cultuur vinden we oerbeelden, dat zijn symbolen waarmee mensen hun leven organiseren. Zo hebben we de bron, het kruis, de oude wijze, het kind, en nog vele andere. In het christendom zijn hist

Homilie 13e zondag door het jaar (C)

In de lezingen van vandaag roept Jezus ons tot radicale navolging. In de christelijke traditie werd er een onderscheid gemaakt tussen de gewone christenen en de religieuzen. Van deze tweede groep werd

Zesde zondag in de Paastijd

De eerste lezing van vandaag illustreert wat Jezus in het evangelie van vandaag zegt. De eerste christengemeenschap luistert naar de Heilige Geest en dringt zodoende door in de boodschap van Jezus, de