Non-dualiteit

Bijgewerkt: 27 feb 2019


Platonisme, Aristotelisch denken, Romeinse invloeden, gnostische invloeden, cartesiaanse denken: dit en nog veel meer heeft het Westen behoorlijk dualistisch gemaakt: sterk onderscheid en oppositie tussen geest en materie, kosmos* en 'God', seculier en sacraal enz. Het Oosters denken is veel minder dualistisch.In de Oosterse religies* vinden we diverse vormen van non-dualiteit, het (uiteindelijk of dieper gezien) één* zijn van het vele. Deze meditatieve* ervaring van de werkelijkheid leidde tot non-dualistische filosofieën (de hindoeïstische school van Shankara of de boeddhistische van Nagarjuna om er twee te noemen). Tegen een te sterke beklemtoning van het Ene ten aanzien van het vele traden in de Oosterse religies de tantrische stromingen in het verweer, die de non-dualiteit van het ene, spirituele* en het vele, materiële beklemtonen.Ook de Westerse, monotheïstische religies kennen non-dualiteit: het sterkst in de (joodse) kabbala en in het (islamitische) soefisme (eenheid-van-het-zijn, wahdat-al-wujud), het zwakst in het christendom (John Scotus Eriugena, Meister Eckhart, Nicolaus von Kusa e.a.). Non-dualistische tendensen bij Teresa* van Jezus en bij Johannes* van het Kruis blijven heel onderhuids, omwille van de druk van de Spaanse Inquisitie. Het Johannesevangelie toont ons een in non-dualiteit ondergedompelde Jezus*.