Witte Donderdag (2019)

Bijgewerkt: 19 apr 2019

Het evangelie dat we zonet beluisterden neemt een heel bijzonder plaats in het Johannesevangelie in. Het is de scharnier tussen de twee delen ervan. In het eerste deel, hoofdstukken één tot en met twaalf, werft Jezus om het geloof van de mensen om hem heen. Waarom worden we uitgenodigd met name in Jezus te geloven? Het tweede deel van 13 tot en met 21 antwoordt daarop: omdat Jezus de liefde in persoon is. Alleen de liefde is geloofwaardig. Dat is de kernboodschap van het vierde evangelie, van de afscheidsreden en van het stukje dat we vanavond hoorden.


Het zijn drie zaken tegelijk die deze liefde vanavond en in het evangelie dat we zonet lazen gestalte geven: de voetwassing, de eucharistie, en het verraad van Judas. Alledrie tonen ze aan dat liefde en met name Gods liefde wezenlijk barmhartigheid is.


Het eerste teken is de voetwassing. Johannes heeft zorg deze voetwassing in detail te schilderen zodat de tederheid van Jezus duidelijk wordt. Het is een reinigend wassen: het is het kwaad, de boosheid, de kleinmenselijkheid die Jezus wast, afwast, wegwast. Het is het sacrament van de vergiffenis in beeldtaal. Het morele vuil dat ons aankleeft wordt door Jezus weggenomen; hij neemt het vuil op zich; dat wordt even later het zware kruis dat hij draagt. De voetwassing is normaal het werk van een slaaf, van een knecht. Jezus geeft zich aan ons als onze slaaf, onze knecht. Hij stelt zich niet boven ons, naast ons, maar onder ons. Zoals Charles de Foucauld het zo mooi heeft gezegd: Jezus heeft de laagste, de laatste plaats ingenomen. Onze hoogmoed en hardheid wordt onderuit gehaald door zijn nederigheid. God is nederigheid, zijn liefde is nederig. Vergiffenis schenkende en nederige liefde, zó is de barmhartigheid van God.


Het tweede bewijs van Gods liefde is de eucharistie. De instelling daarvan wordt niet uitdrukkelijk genoemd in dit evangelie, omdat Johannes de kennis van Matteüs, Markus en Lukas veronderstelt en omdat hij in het zesde hoofdstuk reeds een lange eucharistische rede heeft gehouden, en omdat de afscheidsreden die hierna volgen de innerlijke betekenis van de eucharistie zullen uitvouwen: het is het sap ontvangen van Jezus’ liefde, de ware Wijnstok, het is in vriendschap één met hem worden, opgenomen worden in zijn vrede en vreugde. Zoals het afscheidsgebed in hoofdstuk 17 zal zeggen: we worden door de eucharistie opgenomen in zijn zoon-relatie met de Vader. De eucharistie laat ons restloos binnen in het Godsmysterie, zodat we één worden met God zoals Jezus één is met God. Ook zó is de barmhartigheid van God: ze maakt ons één met hem zonder dat hij ons ook maar iets voor zichzelf voorbehoudt.


Het derde teken is het antwoord van Jezus op Judas. Judas heeft besloten Jezus over te leveren om te laten vermoorden. Met dit voornemen in gedachten steekt hij de hand uit om het lichaam en bloed van Jezus te nuttigen. Hoewel Jezus weet wat er omgaat in het hart van Judas, reikt hij hem effectief het brood aan en laat Judas communiceren aan zijn lichaam en bloed. Deze Judascommunie is misschien wel het opperste teken van barmhartigheid: zo lief heeft God de wereld dat hij zelfs zijn moordenaars opneemt in zijn liefde. Hij neemt Judas op in zijn intimiteit met God. Verder kon de barmhartigheid van God niet gaan, dan dat hij zijn eigen moordenaar de communie uitreikt. De Geliefde Leerling is er tot zijn ontsteltenis getuige van.


Hierna schrijft de evangelist dat Jezus zegt: Nu die Mensenzoon verheerlijkt! Men heeft dit 'nu' meestal begrepen als een vooruitlopen op de passie, die met het verraad van Judas is in gang gezet, maar het 'nu' slaat evenzeer op wat net is voorafgegaan: de voetwassing, de eucharistie en de Judascommunie. Ja, nu is de schoonheid van God, het Heer-zijn van de liefde geopenbaard: in en door de lijdende dienaar die ons de voeten wast en zichzelf aan ons uitdeelt. Het lijden en kruis en de verrijzenis van Jezus zijn de uitvoering van deze verheerlijking, waarmee God ons bewijst dat alleen de barmhartigheid geloofwaardig is, dat God essentieel barmhartigheid is.


Deze drie tekens, voetwassing, eucharistie en Judas, vormen samen één boodschap vanavond: God is liefde, een oceaan, een vuurhaard van liefde waarin onze kleinmenselijkheid als een futiele dauwdruppel verdwijnt. Nu leven wij van die schijnbare evidentie, maar ooit was het een schok die doorheen de leerlingen ging. Moge de viering van het Paastriduum een onderdompeling zijn in het mysterie van God als een mysterie van allesomvattende liefde.


Op Paaszondag zal de Verrezene over ons blazen. Hij zal zijn eigen adem in ons uitademen, zoals met Adam en Eva, voor een nieuwe schepping. Wij zullen de adem van Gods barmhartigheid verder moeten ademen en uitademen over onze wereld die zo hard dreigt te worden voor armen en kleinen… Wij moeten in navolging van Jezus gelaat, stem, lichaam van de goddelijke barmhartigheid zijn. Hij heeft ons de voeten gewassen, mogen wij nu elkaar de voeten wassen...

Recente blogposts

Alles weergeven

Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel

In elke cultuur vinden we oerbeelden, dat zijn symbolen waarmee mensen hun leven organiseren. Zo hebben we de bron, het kruis, de oude wijze, het kind, en nog vele andere. In het christendom zijn hist

Homilie 13e zondag door het jaar (C)

In de lezingen van vandaag roept Jezus ons tot radicale navolging. In de christelijke traditie werd er een onderscheid gemaakt tussen de gewone christenen en de religieuzen. Van deze tweede groep werd

Zesde zondag in de Paastijd

De eerste lezing van vandaag illustreert wat Jezus in het evangelie van vandaag zegt. De eerste christengemeenschap luistert naar de Heilige Geest en dringt zodoende door in de boodschap van Jezus, de