Woestijn

Bijgewerkt: 27 feb 2019


Belangrijke metafoor voor in de spiritualiteit. De eerste karmelieten* op de berg Karmel* inspireerden zich aan de woestijnvaders, dit waren christenen, mannen en vrouwen ('woestijnmoeders' dan), die zich in de woestijnen van het Nabije Oosten terugtrokken toen het christendom staatsgodsdienst werd, op zoek naar een nieuw soort radicalisme. De woestijn is een oerbeeld voor de stilte* en de eenzaamheid* die mensen opzoeken om zich uit te leveren aan het Ultieme*, zonder afleiding. Als de zorgen en de verstrooiing wegvallen, dagen de innerlijke demonen en monsters op. Dan wordt de diepe nood aan barmhartigheid en medemenselijkheid gevoeld. Er is altijd het gevaar dat de woestijn verabsoluteerd wordt en zijn tegenpool - de stad - gedenigreerd wordt. Woestijn én stad zijn van 'God'.De woestijn, uiterlijk of verinnerlijkt, is een belangrijk moment van onthechting* en beproeving van het dagelijks ego in het proces van vereniging* met en omvorming* in 'God', die soms als de oase wordt voorgesteld, verborgen in het hart van de woestijn. De getransformeerde of getransfigureerde mens kan vanuit de woestijn dan vernieuwd de samenleving (de 'stad') binnentrekken om er God* te vinden en te dienen.