Zaligsprekingen (zesde zondag, jaar C)

Bijgewerkt: 21 feb 2019


Men zegt wel eens, en terecht, dat de zaligsprekingen van Matteüs een portret zijn van hoe Jezus was. Dan geven de zaligsprekingen volgens Lukas die we vandaag horen een ander portret van Jezus. Dat is legitiem en dankbaar: er zijn vele verschillende visies op het mysterie van Jezus mogelijk.


Wie Mij ziet, ziet de Vader zegt het Johannesevangelie. Dan zijn de zaligsprekingen volgens Lukas ook een portret van God. Enkele zinnen vòor het evangelie van vandaag nodigt Jezus ons uit de goedheid van God na te volgen, die zijn zon op laat gaan over alle mensen. Inderdaad is dit evangelie een portret van een God die zuivere goedheid en zorg is voor kleine mensen.


Jezus staat in een vlakte en ziet een grote menigte mensen, Joden en heidenen. Het zijn armen, hongerigen, wenenden, vervolgden. Uitgerekend die groep noemt Jezus zalig. Zalig kan in dit verband onmogelijk gelukkig betekenen, het kan ook niet gaan op de goedkope troost van een beloning in het hiernamaals. Het gaat om de vreugde van het bewustzijn door God bemind te zijn, waartoe hij hen uitnodigt. Ja, ze zijn arm en vervolgd door hun medemensen, maar Jezus heeft oog voor hen, God heeft oog voor hen, juist voor hen. Het is tot hen dat God zich bij voorkeur wendt, de voorkeursliefde van God voor de arme en kleine mens is een thema dat heel de Bijbel door loopt en in Jezus zijn hoogtepunt bereikt.


In ons eigen verlangen naar bezit, eer en macht hebben wij geen oog voor hen en wenden we onze blikken liever af van de lijdende, behoeftige mens. Maar God is de rijkdom van liefde die niets anders wil dan zichzelf wegschenken. Daarom wordt God juist aangetrokken door de gebroken, mislukte en vernederde mens. Zij zijn een leegte waarin God zichzelf kan storten. God is genade, in het Hebreeuws Jo-chanān: Hij houdt ervan te geven, gratis en om niets te schenken. De heilige karmelietes Thérèse van Lisieux heeft een prachtige omschrijving van liefde: liefde is alles geven en jezelf erbij. Wel, dat doet God, bij voorkeur aan wie niets heeft uit zichzelf, de kleine en gekwetste mens. De zaligsprekingen hebben het over de ervaring van het Rijk Gods, over verzadigd worden, vreugde en een groot hemels loon. Wat is dit anders dan God zelf en zijn liefde?


In het Eerste Testament wordt deze liefde vaak ‘barmhartigheid en trouw’ genoemd. Wie ervaart dat zijn leven veel mislukking, verdriet, materiële of morele of psychische armoede kent, wie zichzelf als een gebroken mens beleeft of door anderen zo gezien wordt en dit pijnlijk beseft, hij of zij is een oogappel van de barmhartigheid en trouw van God. Als liefde verlangen naar vereniging is, dan moeten we vaststellen dat God met heel zijn of haar wezen verlangt naar deze gebrokenen en mislukten, om zichzelf aan hen te geven. Zo is de God van Jezus, niet anders.


Maar God heeft geen andere handen en voeten dan die van ons, en daarom moeten wij zijn Bijbelse voorkeursliefde voor armen en gekwelden gestalte geven, wij moesten een nieuwe incarnatie zijn van Gods liefde voor hen, zoals Jezus dat was. Hoe moeilijk is dat voor ons, omdat de armen en treurenden een appèl doen op onze rijkdom en onze vreugdes. Wij hebben niet die volheid van liefde in ons, wij zijn niet leeg van onszelf zoals Jezus en God, maar vol van onszelf.


Toch zijn ook wij christenen zeer uitdrukkelijk geroepen tot een Bijbelse voorkeursoptie voor de arme, die niet louter een intentie mag blijven en heel spiritueel in ons hart, maar gestalte moet krijgen in onze daden, in onze sociale inzet. Er zijn vandaag de dag veel manieren mogelijk om dat te doen. Ze zijn dringend, wij mogen niet toezien dat er steeds meer armen komen in onze samenleving, dat er een koude en harde verrechtsing optreedt, waarbij zorg voor de zwakken alleen nog een kwestie van individuele en vernederende aalmoezen wordt.


Er is een zachte manier om zorg te dragen voor de arme, en dat is streven naar een leven van grote eenvoud, van weinig behoeften en diepe tevredenheid met de kleine, dagelijkse dingen van het leven. Die zijn zo voorhanden, en dan hebben we geld en tijd om weg te geven aan wie nog minder hebben. Eenvoudig leven verdiept onze zintuigen en emoties en laat ons toe meer te voelen en mee te voelen met anderen, met gebrokenheid en mislukking. Eenvoud is ook een ander gebruik van tijd, waardoor ruimte komt voor dialoog met elkaar en dialoog met het mysterie van God in ons hart.


Een tweede zachte manier van zorg dragen voor de arme is vandaag de zorg voor het klimaat. Want onze consumptie van fossiele energie door transport, achteloze verwarming, massief vleesverbruik en de wegwerpcultuur leidt tot opwarming waarvan de warmste continenten het snelst en meest dramatisch slachtoffer zullen zijn, en dat zijn reeds de armste continenten. Klimaatzorg is armenzorg vandaag.

Moge de ontmoeting met Jezus van Nazareth ons inspireren tot die voorkeursliefde voor de arme en gebroken mens.